2009 was een moeilijk jaar voor de haven. En het half afgebroken dorp Doel bleef voor zijn behoud strijden. Op de ruiten van het Havencentrum in Lillo staat een versie van dit gedicht die ook na de crisis actueel blijft.
 
 
 
 
 
Hoe is ’t
 
 
Hier
 
 
Je bent er
 
 
Zo is poëzie misschien
 
 
Zonder
 
 
Bouwblok
 
 
Blijft bij ons
 
 
Trouwen
 
 
Ben ik
 
 
Schoon Volk
 
 
Voor JVL
 
 
Vader
 
 
Elfhonderd meter gedicht
 
 
Liedje voor de Kanaalzone
 
 
Na het ARUP-rapport
 
 
Aan een olifantje
 
 
MDDLPNT
 
 
De haven
 
 
Dag klein kindje hier in ’t stad
 
 
Mensen van Antwerpen
 
De haven
Voortmaken is het, de waar moet de wereld in.
Shift na shift komen de dokkers van ’t Kot
met hun boekjes en dienen de drift van de
laadkistenstad en haar dierentuin
(olifant, spinnenkop, mussenbek), bergen
van bulkgoed en stukgoed, vracht en gewicht.
Het licht laat de nacht er niet bij.
 
Volhouden is het. Diep in het vel tikt teruggang
(is er vandaag weer geen werk of toch wel).
Vroeger blijft hangen in namen, in een dorp
als een aftands gebit, waar nog hoop achter zit,
in land dat niet brak wil als slikken.
De Schelde, die moeit zich niet,
daalt maar en stijgt met het tij.
 
Nagewuifd door het riet schuift een schip
uit een sluis, – see you again in Antwerp –,
vissen gaan verder met paaien, een zwaluw
bouwt toch weer een nest in een oeverwand.
Voortmaken is het, daar op de kaaien, de waar
moet verladen, de toekomst wordt vastgesjord,
met het verleden langszij.