Blijft bij ons en hij is nie kunne blijven,
zijn klak bleef hier en weet nie meer wa doen,
geen dak meer voor ne kop waarin de wereld stak.
De brug van Willebroek is nie meer toe.
Stad met uw rotte tanden en uw goud, zing wat em
zong van al uw daken, zing van een lief, van zotten,
van krapuul, van het verlangen dat er wroet in onze lijven.
Blijft bij ons en zo zal em kunne blijven.