In 2009 werd in de Antwerpse Zoo het olifantje Kai Mook geboren, wat een ware mediahype teweeg bracht. Dit gedicht refereert ook aan de enorme elektronisch-mechanische olifant die drie jaar eerder door de straten van Antwerpen trok en grote menigten op de been bracht.
 
 
 
 
 
Hoe is ’t
 
 
Hier
 
 
Je bent er
 
 
Zo is poëzie misschien
 
 
Zonder
 
 
Bouwblok
 
 
Blijft bij ons
 
 
Trouwen
 
 
Ben ik
 
 
Schoon Volk
 
 
Voor JVL
 
 
Vader
 
 
Elfhonderd meter gedicht
 
 
Liedje voor de Kanaalzone
 
 
Na het ARUP-rapport
 
 
Aan een olifantje
 
 
MDDLPNT
 
 
De haven
 
 
Dag klein kindje hier in ’t stad
 
 
Mensen van Antwerpen
 
Aan een olifantje
Daar ben je dan, jij langverwachte,
mooie eenvoud, parel op vier
zware steunpilaren, met oude plooien  
in je nieuwe huid. Je had een grote oom
van hout, die spoot in ’t stad gedachten
nat en lichter dan ze waren.
En hij was, net als jij, gewenst.
 
Zie je die hekken? Hekken zijn je grens.
Daarbuiten zijn nog veel meer grenzen.
Hoor je die wezens achter gaas die met
gekleurde lappen om op twee
voor jouw idee heel dunne pootjes
naar je staan te staren? Die zijn van
onze soort. Wij heten mens.